26 juni, 2006
Spirtueel Ah-Ah, een verklaring
De moment zelf was tegelijkertijd zalig en beangstigend. Ik kreeg een antwoord op mijn vraag welke richting uit voor mezelf, maar ook een inzicht in de dreigingen die boven ons hoofd hangen.
Ik kwam tot het diepe besef dat de menselijke ontwikkeling nog lang zijn eindpunt niet heeft bereikt en dat wat wij in het westen ontwikkeling noemen slechts een onnoemelijk klein aspect is van die ontwikkeling. Een aspect dat door zijn onevenwichtige voorsprong ten opzichte van andere aspecten het voortbestaan van de mensheid in het algemeen bedreigd. Ik kreeg een beeld hoe diverse takken van de wetenschappen stilaan als puzzelstukken samenpassen. Hoezeer een gezonde spiritualiteit de wereld naar nieuwe hoogtepunten kan lijden, ditmaal weg van het materialisme en het individualisme.
Het belangrijkst was dat ik een glimps kreeg van een eeuwenoude kennis over de weg naar het ware geluk. Kennis die vooral wordt overgedragen in de oosterse spiritualiteit van het boedhisme, het hindoeïsme, het taoïsme (en confucianisme) maar die ook, zij het minder expliciet, terug te vinden is in de christelijke, joodse en moslimmystiek.
Ik leerde (eindelijk) mijn Ego kennen en sindsdien ben ik beginnen beseffen wanneer hij tot mij spreekt (hij vindt het vooral leuk om mij de grond in te boren maar als er eer kan gehaald worden, staat hij op de eerste rij (echt het jonk waar niemand in de groep kan opschieten)). Wat een verlossing om die eindelijk te kunnen beteugelen. Alzo kon ik in de dagelijks gang van zaken meer en meer mezelf zijn zonder erover te moeten piekeren hoe erover geoordeeld zou worden.
Alhoewel de gelukzaligheid van het eerste inzicht is overgewaaid, zijn de inzichten gebleven en gaandeweg vinden die nieuwe inzichten aansluiting bij het eerdere begrijpen (iets wat in de ontwikkelingsleer resp. differentiatie (het doorbreken van een inzicht) en integratie genoemd wordt(de aansluiting met eerdere inzichten).
Ik heb dit natuurlijk niet allemaal zelf bedacht maar het mooie is dat terwijl ik deze inzichten bij voornamelijk Wilber las, ik ze zelf beleefde en ik dus direct alles kon plaatsen.
Het kan nu lijken of ik Wilber verafgood, maar dat is zeker niet het geval. Als bewijs zal ik in een volgende post mijn bedenkingen formuleren bij de persoon, zijn ideeën en volgelingen.
Het blijft echter een feit dat Wilber me een flink eind op weg helpt in mijn strijd tegen de kortzichtigheid van het europees liberaal atheisme.
Waarvoor dank, Ken
26 april, 2006
Spiritueel Ah-Ah gevolgd door Ouh, dagboek van een ontdekking (deel 1: het verhaal)
Om het verhaal te stofferen met de nodige achtergrondinformatie ging ik tijdens het schrijven ook regelmatig op zoek naar links bij de verschillende episodes.
Al surfend op het internet liet ik mij dikwijls meedrijven op golven van informatie. Gedreven door een verlangen om tegenargumenten te vinden voor het opdringerige atheïsme van Vermeersch en het pessimisme van Houellebecq en aangevuurd door de heftige discussies omtrent het creationisme/ID-debat en de Mohammed cartoons ontdekte ik Ken Wilber, Don Beck, Marianne Williamson en de optimistische artikels van Ode, een tijdschrift dat tegen de mediastroom in roeit en expliciet hoopgevend wil zijn.
Het meest verbijsterende van die ontdekkingen was dat ze een onderlinge coherentie vertoonden. Leek de New Age mij oorspronkelijk zeer gefragmenteerd en zweverig, spoedig bleek onder de berg charlatans een schitterende goudader van eeuwenoude universele kennis te lopen, die zich centreerde rond het bewustzijn.
Tesamen met deze ontdekkingen en enkele schuchtere meditatie-oefeningen n.a.v. een artikel van Ken Wilber overspoelde mij een gevoel van vrede, aanvaarding, een plots en diepgaand gevoel voor wat werkelijk belangrijk is.
Het klinkt misschien zwaar op de hand maar het woord dat de combinatie van gevoelens het beste omschrijft is ‘verlicht’en wel in de dubbele betekenis van Ahah en van Oef maw een helder inzicht en het gevoel dat er iets zwaar van je schouders wordt weggenomen.
In deze toestand werd ik in de weken die volgden regelmatig overspoeld door gelukzaligheid en had ik een haast onbegrensd vertrouwen in de toekomst maar tegelijk waren er onderstromen van lichte onzekerheid en spanning. Bovendien was er buiten mijn therapeute niemand met wie ik die gevoelens kon delen
Ik merkte ook af en toe dat ik in mijn euforie soms onvoorzichtig werd en bijvoorbeeld in het verkeer nogal onbesuisd tekeer ging.
Een ommekeer kwam plots toen ik op een maandag morgen enkele weken geleden constateerde dat ik een brandende kaars die ik de vorige avond onvoorzichtig had weggezet bijna mijn keuken in lichterlaaie had gezet.
Het drong tot me door dat er een ernstig ongeluk had kunnen gebeuren en in eerste instantie zocht ik de oorzaak van mijn onvoorzichtigheid in de alcohol die de vorige avond had beneveld.
Maar die dag was er geen sprake meer van een geluksgevoel en ook de dagen erna kwam de magie niet terug.
Stilaan kwam ik ook terug in de ban van de dagelijkse besognes en begon de frustratie opnieuw de kop op te steken. De dankbare aanvaarding van mezelf maakte terug plaats voor gevoelens van minderwaardigheid.
Het besef groeide dat er iets ten einde gekomen was.
(wordt vervolgd)
31 januari, 2006
Ik en de wereld, totnogtoe: Het verlies van een geloof (einde)
Als niet direct zeer succesvolle academicus en verstokt vrijgezel met weinig bewezen potentieel op de markt van de liefde viel het mij niet moeilijk om me met Houellebecq's hoofdpersonages te te identificeren en door hen gïnspireerd heb ik mij dan ook in de wereld van wat Fransen 'Libertinage' noemen gewaagd. Cap d'Agde, parenclubs, parkeerplaatsen, bordelen, cinema's: ik heb het allemaal gedaan.
Maar alhoewel Houellebecq's cynisch wereldbeeld mij raakt, weiger ik mij erbij neer te leggen.
Wat Houellebecq eigenlijk doet, is een vinger recht in de open wonde van onze maatschappij rammen. Die open wonde is de klaarblijkelijke staat van ontbinding die grote stukken van de maatschappij vertoond. Groeiende verindividualisering, vereenzaming, gebrek aan geloof (in ruime, niet zuiver religieuze, zin), uitrafeling van sociale netwerken, vervreemding, onderhuidse angst. Ik ga akkoord met de analyse van Houellebecq dat die voor een groot deel veroorzaakt wordt door de uniaxiale transformatie van onze maatschappij in een marktplein waarin de wet van vraag en aanbod de status van onschendbaarheid verworven heeft. Wel voor mij riekt onschendbaarheid naar fundamentalisme en daarvan is er al genoeg in deze wereld.
Tien jaar na mijn accreditatie als priester van de vrije economie, de technologie en de materiële vooruitgang leg ik mijn pij af. Ikwil ik deze annorectische samenleving (op de rand van flauwte) tot andere inzichten brengen. Ik ga vechten voor een volle, goedlachse, rondborstige maatschappij.
30 januari, 2006
Ik en de wereld, totnogtoe: Het verlies van een geloof (deel 4)
Ik dien mijn gevoelens nu dagelijks te noteren en aanvankelijk zijn het nietszeggende beschrijvingen van het verloop van dagen waarin ik geen vijf minuten niet aan R en J (de verliefde vrienden) denk. Gaandeweg begin ik echter gevoelens te verwoorden in metaforische beelden. In dezelfde periode overlijdt mijn favoriete grootmoeder en haar begrafenis wordt een mooie intens-emotionele dag, tevens een dag waarop ik haar spirituele bescherming lijk te ervaren. Zij geeft mij kracht.
Mijn persoonlijke tsunami viert algauw zijn eerste verjaardag en het lijkt erop dat obsessie stilaan wegebt maar het emotionele hooggebergte blijft het overheersende landschap.
Op het werk, in de familie, bij vrienden wordt ik voortdurend van vreugde over woede naar verdriet, twijfel en wroeging geslingerd (en weer terug) en ik mis een warm nest en een schouder om op uit te huilen. Verandering van werk verbetert de situatie een klein beetje. Na een tweede verandering van werk binnen het jaar lijkt ook op professioneel vlak de storm te gaan liggen.
De vriendschap met R en J is ondertussen blijven voortduren met regelmatige woedeuitbartsingen veroorzaakt door hun hardnekkige ontkenning van hun overduidelijke wederzijdse gevoelens. Hieraan komt abrupt een einde als ik bijna exact drie jaar na de oorspronkelijke ontdekking erin slaag hen in flagrante te ontdekken. Ik smijt de hypocrisie op tafel en tegelijk met mijn verhuis naar andere oorden wordt een 15-jaar oude vriendschap met R en de iets jongere vriendschap (7 j) met J definitief verbroken. Een vriendschap die mij de laatste drie heeft leeggezogen.
En dan is het plots emotioneel windstil. Een job met een uitzicht en een eigen huis en voldoende geld op de bank om me iets te permiteren.
Het eerste jaar nog braaf maar algauw hedonistisch geef ik me over aan ALLE geneugten van het leven om na een dikke twee jaar te constateren dat geld vluchtig is en de leegte niet kan verjagen.
Geïnspireerd door Michel Houellebecq, heb ik nu echt het gevoel dat dit mijn lot zal zijn tot het einde mijner dagen.
(wordt vervolgd)
27 januari, 2006
Ik en de wereld, totnogtoe: Het verlies van een geloof (deel 3)
Na twee jaar zoeken vind ik werk. Het leven ziet er plots veel rooskleuriger uit. De tijdelijke job in een loodverwerkend bedrijf inspireert. Ik voel een magische verbondenheid met de eerste smeden uit de ijzertijd.
Het tijdelijk contract blijft echter tijdelijk en zodoende sta ik zeven maand later terug op straat. Niet voor lang. Drie maand later vind ik terug werk, weerom tijdelijk maar ditmaal voor langere duur. Het gaat mij nu duidelijk voor de wind. Ik heb alle geloof in mijn professionele toekomst en een grenzeloos vertrouwen in de leerstellingen van de economie.
De tweede helft van de jaren 90 is dan ook een periode van ongekende economische heropleving en in afwachting van het nieuwe millenium heerst er ongebreideld optimisme.
Op persoonlijk vlak besluit ik na een zoveelste onbeantwoorde verliefdheid op amoureus vlak geen inspanningen meer te doen. Kome wat komt. En wat komt is een aardbeving, een tsunami, een orkaan. Zonder erbij stil te staan ben ik verliefd geworden op een vriendin. Ik had haar leren kennen via mijn beste vriend en ondanks het feit dat zij reeds getrouwd was en een dochter had (en natuurlijk ook een man waren we gaandeweg een onafscheidelijk trio geworden. Jarenlang gingen ik mijn vriend en de vriendin elk weekend één tot twee keer uit terwijl thuisbleef om op de dochter te passen. De dag dat ik begin te beseffen dat ik verliefd ben is tevens de dag ik erachter kom dat mijn vriend en de vriendin meer met elkaar hebben dan alleen maar een vriendschappelijke band.
Ik val in een afgrond en in een poging terug vaste grond onder mijn voeten te krijgen, confronteer ik hen met mijn vermoedens. Zij ontkennen en ik begin een obsessieve zoektocht naar bewijzen totdat de vriendin mij begint te beschuldigen van stalking.
Ik besef dat ik mezelf niet meer in de hand heb. Ik ga in therapie.
Op de periode die dan volgt kijk ik nog altijd terug als de meest intense van mijn leven.
Maanden na ontdekking is er nog altijd geen uur van de dag dat ik niet aan de ontrouwe vrienden denk. Vlagen van jaloezie worden afgewisseld met dagen van hoop, van ontroering en onbeantwoorde hartstocht.
(wordt vervolgd)
26 januari, 2006
Ik en de wereld, totnogtoe: Het verlies van een geloof (deel 2)
Eenmaal Leuven verlaten, wordt hij geconfronteerd met de crisis en het feit
dat zijn CV er niet blinkend bij ligt. Solliciteren verloopt moeizaam.
Eens te meer voelt hij zich op een onbestemde manier gehandicapt.
De werkloze jaren zijn echter niet geheel vruchteloos. Hij leert talen
(Portugees, en wat Russisch , later ook Spaans). Na een eerste jaar met de
vingers draaien begint hij in avondonderwijs een cursus
'Bedrijfsorganisatie', een cursus die een link vormt tussen zijn bijkomende
opleiding en zijn diploma.
Zijn drang naar exotiek brengt hem er ook toe Tai-Chi te leren. Daarbij
wordt hij voor het eerst geconfronteerd met wat de media al bestempeld
hadden als New Age. Oosterse geneeskunde en het gezondheidsaspect van
Tai-Chi vindt een gretig verdediger in zijn lerares. Collega-leerlingen
dwepen met chakras, shiatsu, sjamanisme.
Zijn opleiding dwingt hem nu sceptisch te zijn, zijn rechtvaardigheidsgevoel
om open te staan. Geen vooroordelen, geen valse zekerheden.
Twijfelen maar dan in twee richtingen. En natuurlijk ziet hij de economische
belangen die achter een verdediging van de superioriteit van de wetenschap
staat.
Natuurlijk erkent hij dat aan eeuwenoude kennis geen patenten te slijten
zijn. Tegelijkertijd vindt hij de hele New Age beweging zweverig en dikwijls
niet vies van financieel winstbejag met uitwassen van oplichterij.
Zijn interesse in de materie is in ieder geval gewekt.
Tegelijkertijd studeert hij portugees, weerom geen logische keuze maar
ingegeven door de muzikaliteit van de taal en een amour fou voor
Braziliaanse muziek.
Hier leert hij Paulo Coelho kennen.
Kort daarop leest hij 'De pelgrimstocht naar Santiago' en het raakt hem vlak
in het gezicht.
Andere boeken van Coelho zullen volgen en telkens laaft hij zich aan een
spiritualiteit die niets zweverig heeft, die vol is van waarachtige emoties
en verlangens.
Tai Chi en Coelho: Twee vensters in zijn ziel zijn geopend wie wil er
binnenkijken?
(wordt vervolgd)
25 januari, 2006
Ik en de wereld, totnogtoe: Het verlies van een geloof (deel 1)
Hoe komt een ingenieur in godsnaam ( ! ) zover?
Ergens aan de rand van de Kempen werd eind jaren zestig (mei '68 smeulde nog
na) een jongetje geboren als eerste in een familie die nog stevig in het
streng katholieke Vlaanderen van vlak na WOII. Als enige zoon en eerste kleinkind binnen de familie wordt het jongetje drie jaar lang de oogappel van moeder, vader, grootouders, ...
Dan worden zijn broers geboren, een solied eeneiïge tweeling, vastberaden hun plaatsje in de wereld te veroveren. Van dan af moet het jongetje een reeds op voorhand verloren strijd leveren om zijn privileges te verdedigen. Steeds meer krijgt hij het gevoel dat hij zich moet verschransen. Alles kan tegen hem gebruikt worden.
Als de jongen zes wordt verhuist het gezin naar hartje Kempen. Op de grote school wordt het jongetje zonder te beseffen waarom een vreemde eend in de bijt en belandt bij het groepje kinderen dat regelmatig pesterijen moet ondergaan van andere kinderen. Alles kan tegen hem
gebruikt worden. Dit zal tot zijn 16de zo blijven.
Halverwege de jaren tachtig is hij opgegroeid tot een adolescent met een flinterdun laagje zelfvertrouwen en weinig ruggegraat, overbeschermd door zijn ouders, maar niettemin nog overtuigd dat er voor hem een mooie toekomst is weggelegd.
De eerste confrontaties met meisjes zijn beangstigend.
Als de storm van de puberteit gaat liggen, vertrekt onze jongeman naar
Leuven. Hij gaat studeren.
Wat gaat hij studeren?
Geen archeologie zoals hij droomde toen ie 13 was en 'Raiders of the Lost
Ark' zag. Geen psycholoog of psychiater zoals hij begon te dromen nadat hij
overhoop gegooid was door een boek over de genezing van een vrouw met
16-voudige persoonlijkheid (Sybil). Ook geen regisseur zoals zijn
uitgeproken cinefiele aard kon doen vermoeden.
Hij zou ingenieur worden, zoals zijn vader wilde, zelf ook een ingenieur.
Het worden rampzalige jaren. Hij dubbelt beide kandidaturen en maakt zonder
veel kleur de ingenieursjaren af.
De eerste verliefdheden zijn gedoemd om te mislukken bij de
ingenieur-in-spe. Hij begint iets gewaar te worden van wat later emotioneel
analfabetisme zal blijken te zijn.
De meestal onwetende meisjes waarop hij verliefd wordt, brengen hem wel in
kontakt met andere werelden. Sociaal engagement, andere culturen, filosofie,
sociologie, antropologie, het zijn de eerste gaatjes in de oogkleppen die
zijn exact wetenschappelijke opleiding hem had opgezet.
Hij beëindigt na 8 jaar zijn Leuvense periode met een mijlpaal.
In volle economische crisis (1993) die voor het eerst in de geschiedenis ook
de werkgelegenheid voor universitaire ingenieurs aantast beslist hij zijn intrede op de arbeidsmarkt nog een jaar uit te stellen.
Hij besluit een post-academische opleiding 'Internationale betrekkingen' te volgen.
Het programma is een combinatie van politicologie/sociologie, economie en
rechten. De keuze wordt voor het eerst in zijn leven volledig met het hart
gemaakt.
(wordt vervolgd)
24 januari, 2006
In het begin was er twijfel
Om de twijfel weg te nemen gaat men op onderzoek.
Rond mijn twijfel en het onderzoek wil deze blog weven.
Feitelijk voel ik me soms een 21ste-eeuwse ketter, ik twijfel namelijk aan de wetenschap, het rationalisme.
Ik zie daarbij parallelen met de situatie ten tijde van Copernicus en Galilei.
En de verbetenheid waarmee iemand als Etienne Vermeersch tewerk gaat (http://www.etiennevermeersch.be) tegen eenieder die zich religieus of spiritueel geïnspireerd noemt, moeten menig inquisiteur uit de Middeleeuwen bleek doen uitslaan. Vermeersch hanteert in menig debat nog net geen martelpraktijken om zijn tegenstander tot andere gedachten te brengen.
Degenen die mij nu direct in hun spiritueel of religieus hoekje willen trekken, zijn bij mij echter ook aan het verkeerde adres.
Surfend op het internet vindt men gigantisch interessante zaken maar ook dingen die onthutsend wazig of malafiede zijn (http://www.livinginsight.net).
Grasduinend in deze massa aan informatie van zowel believers als sceptici (bv. http://www.skepsis.nl) wil ik hier regelmatig mijn twijfel delen om tot boeiende en hopelijk verhelderende discussies te komen.
